Nieuwe religie en identiteit in een wereld zonder geloof?

Vrijdag 21 december 2013

Dertig atheistische, agnostische en spirituele cursisten verzamelden zich een paar dagen voor kerst voor de cursus “Nieuwe religie en identiteit in een wereld zonder geloof?” Deze cursus werd gegeven door Ko Vos, docent aan de Hogeschool Zeeland, tevens schrijver en counsellor.

Een aantal vragen stond in deze cursus centraal, namelijk hoe je jezelf kunt worden en blijven in de huidige tijd. Is er momenteel sprake van secularisatie of komt religie in andere verschijningsvormen terug? En wat kunnen verschillende ‘leermeesters’ ons bieden in deze tijd? Voor het zoeken naar antwoorden op deze vragen is Ko Vos te raadde gegaan bij de filosofen Charles Taylor en Frederic Lenoir. Aan de hand van de boeken Een seculiere tijd van Taylor en Socrates, Jezus, Boeddha van Lenoir kwam er zicht op antwoorden op deze vragen.

Ko Vos leidde het publiek eerst mee langs de ideeen van Charles Taylor.
Taylor beschrijft het religieuze denken van de mens door de eeuwen heen. Opvallend daarbij is dat het religieuze in de mens steeds wegtrekt uit de religie als constructie. Daarmee wordt bedoeld dat de vorm waarin religie door mensen gegoten wordt – waaronder de kerkelijke hierarchie en de religieuze dogma’s waar niet aangetornd mag worden – ervaren wordt als belemmering voor het religieuze ervaren van de mens. Taylor noemt de mens een nomade in zijn ziel, altijd zoekend en niet van zin geketend te worden. De kerken maken het volgens Taylor door hun vorm (dogma’s, hierarchie) onmogelijk om het religieuze daadwerkelijk te beleven. In landen waar de kerk groot is, wordt de religie steeds meer losgelaten.

In Socrates, Jezus, Boeddha van Lenoir, dat ook besproken werd, worden de drie leermeesters uit de titel van het boek met elkaar vergeleken. Eén van de aspecten waarin deze drie overeen komen is dat ze spreken van ervaringen waarin zij oplosten in een grote ruimte. Dit kun je een ervaring van tijdloosheid noemen. Met die gevoelens van tijdloosheid zouden de deelnemers later op de dag ook kennismaken.

Na een theoretisch ochtenddeel en een heerlijke lunch, volgde een oefening waarin de deelnemers een eigen nomadische innerlijke reis mochten maken. Een ontmoeting met o.a. een boom, een dier en een wijze vrouw/man in ‘het energetische Hof van Eden’, zoals Ko Vos het noemde, maakten onderdeel uit van deze oefening. Na afloop gaven deelnemers aan dat ze de tijdloosheid ervaren hadden, zoals die ook door Socrates, Jezus en Boeddha zijn beschreven. De ervaringen verschilden sterk; voor de één was de oefening makkelijk en werd het gevoel van tijdloosheid zo prettig gevonden dat de deelnemer in dat gevoel wilde blijven. Bij andere deelnemers lukte het niet goed om iets of iemand voor zich te zien. Ook waren er deelnemers die strikt vast hielden aan de opdracht en anderen die zich vrij voelden in hun eigen fantasie.

Al met al was het een dag die een mooie mix bevatte tussen theorie en praktijk, tussen aandacht voor cognitie enerzijds en ervaring anderzijds.