Evelien Geerdink over humanistisch vormingsonderwijs

Bijeenkomst De Vrijplaats, zondag 25 september 2016, verslag door Jos de Wit

Evelien GeerdinkEvelien Geerdink is sinds zes jaar leerkracht humanistisch vormingsonderwijs op een aantal scholen in Zuid-Holland. Van oorsprong vormgeefster heeft ze een carrièreswitch gemaakt nadat ze in contact is gekomen met het humanisme, waar haar moeder in een ver verleden ook actief in was. Ze vindt het van groot belang dat kinderen een gelegenheid hebben om over levensvragen te praten, iets wat zij zelf node gemist heeft toen ze op zevenjarige leeftijd geconfronteerd werd met het plotselinge verlies van haar broer.

Hvo wordt gegeven vanaf groep 3 (soms ook groepen 1 en 2) en wil, aansluitend op de leef- en belevingswereld van kinderen hen helpen daarover na te denken en betekenis te geven aan wat ze meemaken.

Hvo hangt nauw samen met het humanistische begrip Bildung, wat vorming in de ruimste zin des woords betekent. Het startpunt is de kinderlijke nieuwsgierigheid naar het leven en de wereld en het vinden van een weg daarin. Hoewel het al een lange geschiedenis heeft (sinds Socrates), is het door hedendaagse denkers als Martha Nussbaum en Joep Dohmen opnieuw naar voren gebracht als basis voor goed onderwijs dat bijdraagt aan geestelijke veerkracht en verantwoordelijkheidsgevoel van kinderen. Het is ten diepste ook een sociaal gebeuren: vorming ontstaat in voortdurende wisselwerking met anderen. Hvo in de huidige tijd sluit aan op de 21st century skills, maar in essentie gaat het nog steeds om het zoeken van de juiste verhouding van het kind met zijn omgeving. Daarbij is het nodig om aandacht te schenken aan hedendaagse communicatievormen: mediawijsheid en virtueel-digitale communicatie is daarom een relevant onderwerp voor het hvo.

De uitgangspunten van Hvo zijn de volgende:

  1. Hvo sluit aan op de leef- en beleefwereld van het kind en de actualiteit waar kinderen mee geconfronteerd worden.
  2. Hvo prikkelt kinderen om met vragen te komen die anders niet of niet duidelijk gesteld kunnen worden.
  3. Hvo maakt gebruik van de HOKE-methode (herkennen, onderzoeken, kiezen en evalueren).
  4. Hvo maakt gebruik van werkvormen en spellen die aansluiten bij de leef- en beleefwereld van kinderen en sterk beeldend en bewegend van karakter zijn. Waardoor het onderwerp ervaarbaar wordt gemaakt.

Er zijn in essentie drie ontwikkelingsgebieden waar hvo zich op richt: sociaal-emotionele ontwikkeling, geestelijke ontwikkeling en morele ontwikkeling.

Hvo staat open voor kinderen van alle levensbeschouwelijke achtergronden en stelt zich ‘neutraal’ op ten opzichte van religie. Dat kan met name voor kinderen van islamitische achtergrond wel eens verwarrend zijn omdat daar veel taboes liggen op afwijkende opvattingen over religie. Dit geldt trouwens ook voor andere onderwerpen zoals seksualiteit en ziekte of dood. Ook dat kunnen gevoelige onderwerpen zijn. Het uitgangspunt blijft echter voor hvo dat als het relevant is voor de kinderen zelf, het bespreekbaar moet zijn.

Hoewel humanisme en humanistische uitgangspunten niet expliciet ‘aangeleerd’ worden, komen ze impliciet steeds wel terug: in de hogere groepen wordt daar indien gewenst nader op ingegaan.

Hoewel hvo op veel scholen nog niet ingevoerd is en de financiering nog onzeker is, is het maatschappelijk gezien van grote betekenis, omdat het bijdraagt aan het tegengaan van vooroordelen, aan integratie en een toekomstbestendige samenleving door het weerbaar maken van de nieuwe generaties. Hvo zou dus best meer mogen doen om zichzelf voor het voetlicht te brengen.