Humanisme en spiritualiteit: een nieuw verbond?

Op zaterdag 14 september vond de eerste bijeenkomst plaats van de driedelige serie ‘Humanisme en spiritualiteit: een nieuw verbond?’. De eerste bijeenkomst werd verzorgd door Laurens ten Kate, docent filosofie en religiestudies aan de Universiteit voor Humanistiek. Bestuurslid Helen de Raad was de gespreksbegeleider.
Ten Kate wierp de stelling op dat spreken over ‘religieus humanisme’ eigenlijk dubbelop is, omdat religie en humanisme volgens hem van meet af aan in elkaar verstrengeld zijn. Daarom, zo stelde Ten Kate, kunnen we beter spreken van een oud in plaats van een nieuw verbond.

Hij verduidelijkte deze stelling eerst met een korte geschiedenis van het religieus humanisme, en noemde als voorbeeld de ontwikkeling van de unitarische beweging in de Verenigde Staten. Hierin werd gezocht naar vormen om humanisme en religie te verenigen, waarmee de unitarische kerken steeds meer het open karakter kregen van een plek om van gedachten te wisselen. Deze beweging waaide ook over naar Nederland. Een voorbeeld hiervan is de kerk van de Vrije Gemeente in Amsterdam.

Vervolgens dook Ten Kate dieper in op de kenmerken van het religieus humanisme, zoals het accent op het positieve (‘waar zijn we voor’) in plaats van het negatieve denken (‘wij zijn tegen godsdienst’), zoals door de Verlichtingshumanisten werd uitgedragen. Ook ging de ervaring in plaats van het verstand in de visie van de religieus humanisten meer meetellen, en ontstond er een gerichtheid op ethiek, met de nadruk op rechtvaardigheid.

Aan het einde van het eerste deel besprak Ten Kate de kwestie of God iets boven of in mij is, en citeerde hij dat humanisten het heilige (het transcendente of religieuze) in het seculiere zoeken. Ook ging hij onder andere in op de filosoof Charles Taylor, die spreekt van volheidservaringen, die al dan niet religieus getint zijn. Dit zijn momenten dat het ‘zelf’ het even niet meer weet en iets dat groter is dan het ‘zelf’ het overneemt. Dit, zo stelde Ten Kate, kunnen momenten van zingeving zijn.

Dit alles bood zeker genoeg stof om na de pauze met elkaar in gesprek te gaan. Zo werden er vragen gesteld bij het begrip ‘God’ en antwoordde Ten Kate door nogmaals in te gaan op Taylor, die schrijft over grenservaringen, waarbij het autonomiebegrip niet langer toereikend is. Dit kun je vergelijken met een religieuze ervaring. Het godsbegrip wordt in deze visie van binnenuit opengebroken, aldus Ten Kate.

Afsluitend vroeg voorzitter Marco Oostdijk naar wat Ten Kate zelf als de grootste taak voor humanisten en hun organisaties vandaag de dag ziet. Hij antwoordde dat humanisten volgens hem meer vragen moeten stellen in plaats van antwoorden geven. Ten Kate legde dit verder uit door te stellen dat humanisten eerst moeten onderzoeken hoe religie en humanisme altijd al verstrengeld zijn geweest, om zicht te krijgen op de gemeenschappelijke bron. Vervolgens kunnen wij een houding uitdragen, waarin deze verstrengeling naar voren komt. Om al direct te spreken van een nieuw verbond, gaf Ten Kate te kennen, gaat naar zijn mening iets te snel. Bijeenkomsten zoals deze, stelde hij, zijn echter goede plaatsen waarin dit onderzoek kan plaatsvinden, en heb hierbij ook oog voor het oude verbond.

Door Mirjam-Iris Crox.