Humanisme en spiritualiteit: een nieuw verbond?

Op zaterdag 23 november organiseerden het HV Haaglanden en De Vrijplaats de derde bijeenkomst rond het thema ‘humanisme, religie en spiritualiteit: een nieuw verbond?’ Spreker was Maarten Meester, filosoof, literatuurwetenschapper en schrijver. Hij besprak het prikkelende boek ‘Religie voor atheïsten’ van de populaire Zwitsers-Engelse filosoof Alain de Botton.

Maarten begon met twee kleine rituelen die we gezamenlijk uitvoerden: als eerste vroeg hij ons om te knielen en om voor een moment onze identiteit  naast ons neer te leggen.  Vervolgens vroeg hij ons de ander aan te kijken als onze gelijke. Het tweede ritueel was een kleine loopmeditatie, waarbij we onszelf met iedere stap bewust maakten van ‘het zijn, in het hier en nu’. Dit was bedoeld als opmaat naar het thema van het boek van De Botton: de vraag naar welke elementen uit religie voor onze seculiere maatschappij nog van dienst kunnen zijn.

Als eerste biedt religie ons een kader. In de kerkgang op de zondag zien we de ander als onze gelijke. We vieren hetzelfde en de individuele status maakt dan even niet meer uit. Een seculiere variant van deze gemeenschapszin ziet De Botton in het inrichten van een liefdesrestaurant, waarbij we met vreemden de maaltijd gebruiken en we elkaar andere vragen stellen dan ‘wat doe je?’. De vragen die De Botton voorstelt zijn indringende levensvragen, bijvoorbeeld: ‘waar heb je spijt van?’.

Een ander punt dat Maarten uit het boek van De Botton haalde, ging over moraliteit: hoe gaan we om met de vrijheid die we hebben verworven? Nu wij ons niet langer aan de morele verplichtingen van de kerk committeren, stelt De Botton gedragsregels voor, die we voor onszelf opstellen en waar we ons dan ook aan hebben te houden. Hij refereert hierbij aan de zogeheten ‘sterrenkaart’ voor kinderen: een kaart met regels waar sterren opgeplakt worden, wanneer de kinderen zich goed aan de regels hebben gehouden.

Vervolgens verwees Maarten naar nog een aantal andere punten uit het boek, waarvan ik er nog twee wil uitlichten: Over onderwijs stelt De Botton dat het stelsel nu vooral is ingericht op het overdragen van kennis. Maar zou het niet beter zijn als er naast kennis ook praktische levenswijsheid onderwezen zou worden, aangezien we deze niet langer vanuit kerkelijk perspectief krijgen aangereikt? En over kunst stelt De Botton voor dat musea niet langer alleen maar instituten zouden moeten zijn waarin we naar voorwerpen kijken, maar hij ziet ook musea voor zich die aanzetten tot zelfreflectie en –kennis. We zouden bijvoorbeeld thematische zalen kunnen inrichten, zoals een zaal over angst, of over liefde.

Voor de pauze bracht Maarten zelf nog enkele vragen ter sprake. Eén punt ging over het mensbeeld dat De Botton volgens hem hanteert: dat we zwak zijn, lijden en herhaling nodig hebben. Maarten noemde dit een negatief mensbeeld, dat De Botton volgens hem van de religie heeft overgenomen. Een andere vraag ging over of er wel een orthopraxis (leer van de juiste gebruiken, waaronder rituelen) kan bestaan zonder orthodoxie (de juiste leer, dogma). Maarten stelde van niet. Hij zag het meer als een golfbeweging, dat het opstellen van juiste gebruiken op den duur weer leidt tot een leer en andersom.

Na de pauze ontstond er, onder begeleiding van Hans Gouweleeuw (HV), een gesprek over rituelen, humanisme en religie. Zo werden er vragen gesteld of humanisten wel of geen rituelen zouden moeten gebruiken, en kwamen we erop uit dat rituelen bijdragen aan het creëren van coherentie in het eigen levensverhaal. We gebruiken allemaal (sociale) rituelen, los van (een) godsdienst. Er werd ook opgemerkt dat dit niet perse tot dogmatiek hoeft te leiden, maar dat het vooral verbindend werkt. Aan het einde van de middag kwam Maarten met een opmerking over leren relativeren: zie onder ogen dat je dingen ook níet weet. Dit voorkomt dogmatiek. En zo blijf je ook openstaan voor een steeds veranderende context, waarin je je eigen levenshouding bepaalt en je, waar wenselijk, je eigen rituelen vormgeeft. Tot slot stemden de overige aanwezigen in met de stelling dat wij, ook de atheïsten, in grote lijnen elementen van religie zouden kunnen overnemen.

Door Mirjam-Iris Crox