Bijeenkomst Zie de mens

De Vrijplaats, zondag 26 april 2015 – presentatie door Mieke Wiegers

In het kader van het thema Compassie wordt het marathontoneelstuk ‘Zie de mens’ van het Appeltheater belicht.

De opzet van deze morgen ziet er als volgt uit:

Eerst een korte schets van het toneelstuk, vervolgens een beschrijving van Jezus als mens, daarna een beschouwing van het bestaan van volgelingen. Dit deel wordt besloten met een fragment van een documentaire over volgelingen. Na een korte pauze gaan we in groepjes een paar punten rond het onderwerp bespreken.

Alhoewel in het toneelstuk Zie de mens met name Jezus een hoofdrol speelt, stel ik graag voorop, dat ik het onderwerp Jezus niet heb bestudeerd. Ik put uit wat mij links en rechts in de loop der jaren en met het toneelstuk is aangewaaid.

I. Een korte schets van het toneelstuk  

Het stuk Zie de mens wordt door toneelgroep De Appel gespeeld naar een idee en onder leiding van regisseur Arie de Mol. De tekst is geschreven door Erik-Ward Geerlings. Twee dramaturgen (Alain Pringels en Mart-Jan Zeegers) zijn mede verantwoordelijk voor het product. Het gehele stuk wordt live muzikaal begeleid door Erik Vandenberge. Het decor bestaat uit een enorm houten stellage; het is functioneel, inclusief het doopbad. De kleding is fraai van eenvoud en kleur.

Het verhaal van Jezus en zijn volgelingen speelt zich af in Judea. Het volk is getroffen door honger, ontbering en slavernij tengevolge van de al zeventig jaren durende bezetting door de Romeinen. Er is geen eigentijds verslag van de geschiedenis rond Jezus. Alles is vele jaren na zijn dood door veel verschillende mensen geschreven, en door nog veel meer mensen geïnterpreteerd. Het toneelstuk gaat niet alleen over de mens Jezus, maar minstens zoveel ook over het verschijnsel volgeling.

In deel één zien we Johannes de Doper die mensen oproept zich te laten dopen. Hij belooft hen kwijtschelding van hun zonden en een beter leven. We zien dat oa Simon, Andreas, Filippus, Judas en Magdalena zich aansluiten, allen om hun eigen redenen en zoekende naar een beter leven. Johannes gelooft en predikt dat hij wordt gestuurd en aangestuurd door zijn god. Hier komt Jezus in beeld; hij gelooft niet in verlossing door het doopritueel en laat zich ook niet dopen. De Romeinen beschouwen Johannes de Doper als een rebel die hun gezag verstoort. Zij veroordelen en kruisigen hem. Zijn volgelingen blijven achter in verwarring.

In deel twee zien we hoe de volgelingen van Johannes de Doper zich nu aansluiten bij Jezus, die na een geloofscrisis en een verblijf in de woestijn is teruggekeerd. Jezus stelt eisen aan zijn aanhangers. Hij belooft geen verlossing door rituelen, maar spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheid voor hun denken en hun gedrag. Hij verlangt tevredenheid met een minimum aan levensstandaard en keurt begeerte af. Hij verwacht vergeving van wat hen door anderen wordt aangedaan. Hij eist liefde, zorg en mededogen voor de medemens, ook voor de vijand. Zijn volgelingen klampen zich vast aan de boodschap van hoop en liefde.

Zijn moeder Maria vreest dat haar zoon hetzelfde lot zal treffen als Johannes en tracht hem terug te krijgen naar Nazareth. Jezus schudt haar af; hij wil een leven zonder haar en familie om zijn idealen na te leven.

In het derde deel wordt Jezus onder druk van de Romeinen door Joodse priesters uitgeleverd, en gearresteerd. Hij wordt terechtgesteld op grond van godslastering van de Joodse god en rebellie tegen Rome. Nu laat híj zijn volgelingen vertwijfeld achter. De afloop van het verhaal is alom bekend.

Voor de plaatjes bij het verhaal kan ik verwijzen naar de tentoonstelling Late Rembrandt in het Rijksmuseum!

II.   Een beschrijving van Jezus als mens

Door de eeuwen heen is de mens Jezus op verschillende wijzen beschreven: als zoon van de maagd Maria, als wezen met goddelijke krachten, als een voorbestemd offer voor de menselijke zonden, als gezonden zoon van de god van de Joden, als profeet, als heler, als leider, maar ook als oproerkraaier.

De titel ‘Zie de mens’ is treffend: Jezus was tot zijn dood mens onder de mensen. Pontius Pilatus toont hem als mens aan het Joodse volk: “Ecce homo” betekent Zie de mens. Niets menselijks was Jezus vreemd. Hij lijkt zoekende naar de juiste levensweg. Hij twijfelt, is wanhopig. Hij breekt met zijn familie voor zijn passie. Hij wordt driftig bij het zien van materiële overdaad en gewin. Hij stelt onnavolgbare eisen aan zijn volgers. Hij sterft als oproerkraaier. Bovenal wordt hij van alle kanten beschreven als een menslievend mens. Hij predikt hoop, liefde, vergeving en barmhartigheid. Hij verlangt verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag van mensen, voor de eigen keuze die men maakt. Hij legt zijn volgelingen de gulden regel op:  gedraag je zoals je bejegend wilt worden!

Als ik hierbij humanistische waarden zoals zelfbeschikking, gelijkwaardigheid, verantwoordelijk-heid, verdraagzaamheid, solidariteit en rechtvaardigheid beschouw, dan zie ik Jezus als een humanist, een religieus humanist. En er is één en al compassie.

Hem wordt ook wonderbaarlijke genezing toegeschreven. Maar ziekte werd in die tijd gezien als teken van het kwaad, van de duivel. Door het richten op het uitdrijven van de duivel, door mensen de juiste levensweg te wijzen, door aandacht te hebben voor hun kwalen en hen met liefde te benaderen, met oprechte betrokkenheid, werkte dit alles als zelfhelend. Dat is geen wonder maar realiteit.

III.   Het bestaan van volgelingen

Wat beweegt volgelingen? Zijn het dolende zielen? Een leider dankt zijn bestaan aan het feit dat er volgelingen zijn. Deze volgelingen verkeren vaak in een zoekende fase. Zij zoeken naar zingeving, naar gelijkgestemden of naar rechtvaardigheid. Naar vergeving, naar genezing, naar sturing door een leider, naar passende leefregels, naar een groep om bij te horen, naar identiteit, naar een betere toekomst, of naar een betere wereld. Zij zoeken steun ter realisering of radicalisering van hun ideeën over de samenleving, een ieder vanuit eigen motief.  Zij klampen zich vast aan beloften en hoop. Zij kunnen kwetsbaar zijn, beïnvloedbaar door blindelings vereren en vertrouwen.

Zo hebben ook de volgelingen van Jezus in dit theaterstuk hun eigen motieven. Dat kan zijn vanwege honger, om meer vis te krijgen. Voor Simon is het ook eenzaamheid, voor Andreas nieuwsgierigheid, voor Filippus geloof na succes, voor Bartholomeüs is het hoop op genezing van zijn dochter, voor Susanna is het dankbaarheid en de voldoening van helpen, voor Johanna is het de keuze voor een ander milieu, een eenvoudiger bestaan in gelijkwaardigheid, voor Judas is het de radicalisering van zijn idealen, voor Magdalena is het om haar leefstijl te rechtvaardigen, en voor de Samaritaanse vrouw is het om bij de groep te horen, en om haar honger te stillen.

Eén ding hebben zij gemeen: zij volgen de compassie van Jezus  in zijn mogelijk belangrijkste leefregel: heb je naaste lief als jezelf, waarschijnlijk de oorsprong van de gulden regel.

Alle beweegredenen om een leider te volgen of om aansluiting te zoeken bij een groep, zijn van alle tijden, en ook in het heden herkenbaar. Mensen die evenwichtig zijn in de fysieke, sociale, psychische en spirituele dimensie zullen niet snel behoefte hebben aan een leider. Onder humanisten is het volgen van een leider over het algemeen niet aan de orde.

In een groep kan men steun ervaren op het gebied van praktische en materiële zaken, ethische of emotionele steun vinden, of zich als individu herkennen binnen een sociale organisatie. Aansluiten bij een groep is van een andere orde dan het al of niet blindelings aanhangen van een leider.

Jezus spoorde zijn aanhangers aan zich niet afhankelijk op te stellen en antwoorden te verwachten, maar zelf te denken, zelf oplossingen te zoeken, zelf het antwoord te geven op hun vragen. Dit is voor humanisten herkenbaar.

Tot slot een illustratie van een vervlogen illusie:

Enkele weken geleden werd op televisie een documentaire uitgezonden over het  blindelings volgen van een leider. De filmmaker Vikram Gandhi is een jonge Amerikaan uit een Indiase familie. Hij verwondert zich over het succes van op oosterse leest geschoeide goeroes in het welvarendste deel van de wereld. Hij gaat theologie studeren. Maakt een documenataire over goeroe’s om te weten of zij oprecht zijn of oplichters. Daarna besluit hij bij wijze van experiment deze documentaire te maken om te laten zien dat spiritueel leiders een illusie zijn. Gandhi maakt zich de fijne kneepjes van yoga eigen, verkleedt zich als goeroe, laat zijn haar groeien en zijn baard staan en meet zich een stem en accent aan conform zijn grootmoeder. Hij trekt onder de naam Kumaré naar de woestijnstad Phoenix in Arizona. Daar krijgt hij al gauw een groep volgelingen, die hij leert mediteren op teksten als ‘Be all that you can be’. Hij wil zoekenden duidelijk maken dat niemand spiritueller is dan een ander en zegt het ook regelmatig. De situaties met zijn volgers zijn zowel hilarisch als ontroerend, en Gandhi blijft zijn volgers met mildheid en sympathie behandelen.

In het fragment dat nu volgt maakt Kumaré zich aan zijn volgers bekend als nep-goeroe. Afgezien van de vraag in hoeverre het ethisch acceptabel is om mensen op deze wijze te misleiden, is het bijzonder om te zien hoe de aanhangers in hem geloven en om getuige te zijn van de reacties na de ontgoocheling; enkelen lopen boos of geschokt weg, terwijl de meesten hem belonen met applaus. Met een aantal volgers houdt hij nog lang contact, als Vikram Gandhi.

Na de pauze bespreken we in groepjes enkele punten rond dit onderwerp:

  1. Een humanist is zijn/haar eigen goeroe.
  2. ‘Hebt uw vijand lief’ is volgens de overlevering een opdracht van Jezus. Vergéef  je vijand, zou hij gezegd hebben. Vergeven is ook een humanístische deugd. Hoe doe je dat? En waar ligt je  grens?

“Dagelijkse gedachte” vandaag (door Robert Brault):

Het leven wordt gemakkelijker als je een verontschuldiging kunt aanvaarden die je nooit is aangeboden.