Dialoogvraag 2

Opbrengst van dialoogvraag 2
A Wat of welk perspectief spreekt je uit de presentaties het meest aan?
B  Heb je hier ideeën over? Wat/wie heb je hier eventueel voor nodig?

Uit de reacties blijkt duidelijk dat de deelnemers aan de dialoogtafels zich hebben laten inspireren door de 2 presentaties van Laurens ten Kate en Marco Oostdijk.

Bij vraag A: wat of welk perspectief je het meest aanspreekt uit de presentaties zijn de opmerkingen te groeperen rond de volgende clusters:

  1. De gemeenschappelijke bronnen in de geschiedenis, de mens die sinds de axiale wending op zoek is naar de zin van het mensenleven, als onderdeel van het grotere geheel (de natuur). Dat vond men zowel bij de meer religieuze stromingen als in het humanisme opmerkelijk. Er blijken veel meer raakvlakken dan gedacht! Als de oude beelden wegvallen, lijken we erg op elkaar. De focus op het gezamenlijk historisch perspectief, op wat ons bindt (niet wat ons scheidt) en op de verwondering als bron sprak aan. In open dialoog gaan en de kracht van verbeelding kunnen ons helpen om verbinding en eenheid te vormen.
  2. Het beeld van de tussenruimte wordt herkend en leidt tot uitspraken als: het is tijd om bruggen te slaan, om denkwijzen te verbinden; van elkaar te leren (‘te gluren bij de buren’); er zijn geen echte verschillen. Het menselijk (warm of mystiek) humanisme, in het midden van het levensbeschouwelijk landschap, kan een belangrijke rol spelen: het kan verbinden, zonder oordeel.
    Maar er waren ook constateringen als: er zijn veel hokjes en versnippering, ook bij de vrijzinnigen. En belangrijk is dat het humanisme zich versterkt in haar relatie tot die versnipperde vrijzinnig gelovigen.
  3. Opmerkingen of wensen over uitdagingen aan humanisme en vrijzinnigheid: Vrijheid en individualiteit leiden niet tot dogma’s: er is ruimte nodig voor pluriformiteit. Men wenst compassie, ‘grenzeloze religie’ en maatschappelijk betrokken zijn. Open zijn, verbinding zoeken. Individualiteit in verbondenheid zoeken. Het neoliberalisme in onze cultuur staat haaks op de redding van de aarde en op menselijk samenzijn. We zouden meer dienstbaar aan de mensheid en aan de aarde moeten zijn. Een enkeling pleit voor meer zelfstandig onderzoek naar zingeving en “de” waarheid: zoek tussen wetenschap en religie naar overeenstemming.

De ideeën bij dialoogvraag B, over acties als vervolg op het voorgaande en wie of wat men daarvoor nodig heeft, zijn te clusteren rond de volgende thema’s:

  1. Meer contact met elkaar zoeken en contact onderhouden. Door bijvoorbeeld mensen in de eigen omgeving te motiveren om ‘op te schuiven in de tussenruimte’ of door mee te gaan naar dit soort bijeenkomsten. Door de beweging van de tussenruimte concreet op gang te brengen door een soort ‘Haagse Rode Hoed’ te organiseren: een plaats, waar open en nieuwsgierige mensen elkaar kunnen treffen, want er is een open gemeenschap nodig, zonder dogma’s.
  2. Werken met rituelen en beelden, het zo bevorderen van bewustzijn en het bieden van bedding, ook voor mensen die nog niet met zingeving bezig zijn, menselijke warmte en steun, er voor elkaar zijn.
    Bij een viering kun je je mens voelen, zo verwoordde een van de deelnemers het. Maar welk type viering past? Welk ritueel? De Prinsjesdagviering kwam als voorbeeld naar voren. De vraag naar andere goede beelden kon soms nog niet goed beantwoord worden. Wat te doen met een gemeenschap, die ook veel ouderen kent, die de kerk bezoeken? Hoe zorg je ervoor dat ook die zich thuis blijven voelen?
  3. Het belang om samen dingen te doen en niet over verschillen te praten. Zingeving gaat over veel meer dan de mens alleen. Kunnen de natuur en duurzaamheid de basis van een levensbeschouwing zijn? Thema’s die dan ook aan de orde kunnen komen, zijn bijvoorbeeld duurzaamheid (denk aan zorg voor de aarde, zorg voor dierenwelzijn); ons verhouden tot het (neo)-liberalisme; levensvragen of gezamenlijke richtinggevende waarden. Maar ook concrete activiteiten, bijvoorbeeld literaire middagen, activiteiten voor de Voedselbank en gemeenschapsvorming of door onderling begrip (kan ook meer feestelijk) te laten opbloeien.
  4. Speciaal aandacht voor het trekken van jongeren (bedoelt als van 18-35 jaar): door nieuwe taal en nieuwe rituelen (muziek kijken), nieuwe vormen (Facebook, Instagram) te zoeken. Nodig jongeren aan de dialoogtafels uit, bijvoorbeeld doordat iedere oudere een jongere meeneemt; organiseer speeddaten met ouderen en jongeren; onderzoek waar jongeren behoefte aan hebben; sluit aan bij relevante maatschappelijke en levensvragen van jonge mensen. Bijvoorbeeld studenten op een Hogeschool blijken af te komen op bijeenkomsten, met afwisselend een psycholoog, dominee of zenmeester als spreker, die levensvragen zoals keuzestress of duurzaam ondernemen uit hun eigen belevingswereld centraal stellen. Al pratend ontdekken de studenten dat het om ‘zingeving gaat. Al benoemen ze dat niet zo…
  5. Verbinding versterken op allerlei niveaus: binnen, tussen en buiten de eigen gemeenschappen.
    Niet alleen bruggen bouwen tussen bewegingen, maar ook met informele groepen.
    De dialoog verbreden naar andere delen van de stad, bijvoorbeeld de Schilderswijk. Zorgen dat je persoonlijk contact maakt met bewoners en organisaties: daarbij zijn passie en sociale vaardigheid nodig. Kerkasiel oppakken als gezamenlijk doel en nu ook doen!
  6. Specifieke ideeën voor het humanisme:
    Onze historische wortels verstevigen als humanisten, om van daaruit contact te maken met anderen.
    Binnen het HV kunnen we afdelingen serieus verbinden aan het religieus humanisme. Contact leggen met humanistische islam, ook binnen het HV. Versterken van het humanisme (in de tussenruimte) door activiteiten, om vervolgens in gesprek te komen.

Terug naar home